USB-stick werkt niet

We merken op clubavonden af en toe dat een film die op een USB-stick is gezet, niet kan worden afgespeeld. Of het gaat gepaard met haperingen.
Ook Huub Kersten schreef over dit soort problemen in het clubblad “Filmspot” van videofilmgroep Saenden.
Omdat ik het vermoeden had dat een van de oorzaken de wijze van formatteren van de betreffende stick zou kunnen zijn, heb ik een kleine test gedaan.

Een stick kan namelijk op basis van verschillende bestandsystemen worden geformatteerd. De meest gebruikelijke bij USB-sticks zijn FAT 32, NTSF en exFAT, waarbij FAT 32 de “standaard” is waarmee een stick in de regel van fabriekswege wordt uitgerust.

Ik heb drie sticks op de drie manieren geformatteerd en op elke stick hetzelfde filmpje gezet. Deze heb ik allereerst op mijn PC thuis weergegeven. Daarop werden ze alle drie zonder problemen afgespeeld.

Ik deed hetzelfde op de mediaspeler van Close-Up. Het resultaat was dat de stick met het FAT32 systeem het prima deed. De stick met exFAT werd helemaal niet door de mediaspeler herkend. De stick met NTFS werd weliswaar herkend, maar de film wilde niet afspelen.
Toevallig had Peter Snel ook een NTFS-stick met een film meegenomen. Die konden we wel bekijken, maar - zeker in begin - met de nodige schokken en haperingen.

Bij bovengenoemde storingen speelt kennelijk niet alleen het bestandssysteem, maar ook de zogenaamde bitrate een rol. De bitrate is een getal dat aangeeft hoeveel data er per tijdseenheid van de “drager” (in dit geval de USB-stick) naar het afspeelapparaat (in ons geval de Mediaspeler) moet worden “getransporteerd”. De bitrate wordt gewoonlijk uitgedrukt in kilobits of megabits per seconde (Kb/s of Mb/s).

De (gewenste) bitrate van een film is afhankelijk van de soort film. Allereerst van de resolutie, zoals SD, HD, 4K, maar ook of er vooral sprake is van rustige beelden of dat er veel beweging, kleur en afwisseling in de beelden zit. Voor een (Full) HD-film (1920 x 1080 pixels) met rustige beelden geldt in het algemeen dat een bitrate van ongeveer 10 Mb/s voldoende is, maar bij een zeer levendige film kan een bitrate van 20 Mb/s wenselijk zijn.

Als ik in mijn Magix-montageprogramma een niet al te “wilde” HD film als MP4-bestand met de standaardinstellingen exporteer, wordt de bitrate meestal automatisch ingesteld op 7 à 10 Mb/s. Maar ik heb ook wel eens een stick van iemand ontvangen met een zeer levendige en kleurrijke film die een bitrate had van meer dan 30 Mb/s.

De eerdergenoemde stick met de film van Peter die haperend werd afgespeeld, had zelfs een bitrate van bijna 60 Mb/s.
Voor de goede orde: we hebben het hier over megabits en niet over megabytes waarin de grootte van het bestand wordt normaliter uitgedrukt. 1 megabyte = 8 megabits.

 

eigenschappen cinefleur.jpg

 

Als je (althans in Windows) wilt controleren wat de bitrate van een film is, klik dan met de rechter muisknop op de bestandsnaam en kies voor “eigenschappen” en klik dan op de tab “details. Als het goed is, zie je dan een venster zoals hiernaast wordt weergegeven. Bij “Totale bitverwerkingssnelheid” zie je de bitrate in kbps oftewel Kb/s.

Het is begrijpelijk dat de grootte van het filmbestand toeneemt als er voor een hogere bitrate wordt gekozen. De film bevat dan immers meer data. De eerdergenoemde “rustige” film met een lengte van 15 minuten en een bitrate van 10 Mb/s krijgt een bestandsgrootte van ca. 1,25 GB en de “levendige” film van deze lengte en een bitrate van 20 Mb/s wordt ongeveer 2,5 MB groot.

Dat een film tijdens een clubavond soms helemaal niet of met hapringen wordt afgespeeld, zou dus kunnen worden veroorzaakt door het gebruikte bestandssysteem, maar ook door een te hoge bitrate. Ik heb me door een deskundige laten vertellen dat het beter is om een bitrate van maximaal 30 Mb/s te gebruiken om problemen met het afspelen te voorkomen. En om het nog moeilijker te maken, schijnt ook de zogenaamde “clustergrootte” waarmee USB-stick is geformatteerd van belang kan zijn. Een bestand wordt namelijk niet als één aaneengesloten geheel in het geheugen van een stick gezet (overigens ook niet op andere dragers zoals een harde schijf), maar in kleine delen of “clusters”. Het bestand wordt over die clusters verdeeld, maar die hoeven niet altijd aaneengesloten in het geheugen van de drager te staan.
Als je op de drager bestanden hebt geplaatst en later verwijderd, komen de gebruikte clusters vrij. Vooral als dit meer dan eens gebeurt, bevinden de vrijgekomen clusters zich verspreid in het geheugen van de drager. Het nieuwe bestand wordt weliswaar in het geheugen opgeslagen, maar afhankelijk van de plaats van de vrijgekomen clusters, misschien verspreid in het geheugen, zeker als er meerdere bestanden op de drager staan. Als het bestand vervolgens naar een apparaat wordt “getransporteerd” (zoals een filmbestand van een stick naar de mediaspeler), moeten de verschillende delen van het bestand van verschillende plekken uit het geheugen van de stick worden “gehaald” en dat schijnt extra tijd te kosten.
Dit zou wellicht ook haperingen tot gevolg kunnen hebben. Ik heb echter geen idee of dit werkelijk het geval is.

Tenslotte is het me opgevallen dat het bij sticks met NTSF-formattering langer duurt voordat ze op de PC en de mediaspeler zijn ingelezen dan het geval is bij sticks met FAT32-formattering. Dat wordt naar verluidt veroorzaakt doordat er op een NTFS-stick meer systeeminformatie wordt gezet staat dan op een FAT32-stick.

Er zit wel een “klein” nadeel aan een stick met FAT32. In dat geval kan de grootte van elk individueel namelijk niet meer bedragen dan 4 GB. Dat heeft overigens niets te maken met de het totale aantal Bytes dat op de stick kunnen worden gezet. Op een stick met een totale omvang van bijvoorbeeld 64 GB kunnen de individuele bestanden toch niet groter zijn dan 4 GB. Dat betekent dan uiteraard ook dat de lengte van een film aan een limiet gebonden is.

In de meeste gevallen zal dit geen probleem zijn, maar bij relatief lange films met een tamelijk hoge bitrate zou het filmbestand groter kunnen worden dan 4 GB en past hij niet meer op een FAT32-stick. In dat geval zul je noodgedwongen het NTFS bestandssysteem moeten gebruiken.
Het is een heel verhaal geworden. Ik hoop dat het enigszins begrijpelijk is. Ik had er ook moeite mee.
Maar het bovenstaande komt er op neer dat naar mijn mening het volgende is aan te raden.
Gebruik zo mogelijk het “standaard” bestandssysteem FAT32 als je een film op de clubavond via een USB-stick wilt afspelen.

Zorg ervoor dat de bitrate niet hoger is dan 30 MB/s.
Als je een film maakt voor een festival van NH’63 of de NOVA, formatteer de stick dan eerst op FAT32 en zet er vervolgens niet meer dan één film op.
Iets anders, maar dat heeft niets met het bovenstaande te maken, is dat je de film het beste kunt beginnen met enkele seconden zwart beeld. NH’63 en de NOVA vragen bij films voor festivals om 10 seconden. Dit advies wordt gegeven omdat er bij de start van de film bij vrijwel alle afspeelsystemen het driehoekige icoontje enkele seconden in beeld komt, waarmee wordt aangegeven dat de film “loopt”.
Soms is dan ook de bestandsnaam in beeld. Als de film direct zou beginnen, dus zonder zwarte “aanloopstrook”, zijn bovenstaande storende elementen tijdens de eerste beelden van de film te zien en dat is ongewenst. Voeg ook aan het einde van de film enkele seconden zwart beeld toe. De ervaring is dat een film namelijk vaak enkele frames stopt voordat de film echt is afgelopen.


Dus wat mij betreft het extra advies: altijd enkele (10) seconden zwart voordat het eerste beeld te zien of het eerste geluid te horen is en enkele seconden zwart aan het einde van de film.

 

Rob van de Pieterman

Videoclub Close Up uit Haarlem