Overgenomen uit de nieuwsbrief van Videogroep Close-Up uit Haarlem

Montage

Een gouden regel bij de montage is snijden in de beweging, daar mee help de beweging  je over de las heen zodat de beeldwisseling minder opvalt of schokt. Er waren in de film montage momenten waar in de beweging gesneden kon worden. 

 Een voorbeeld:  shot 1, een vrouw die aan komt lopen en in een stoel gaat zitten (in totaal opgenomen) shot 2, de zelfde vrouw gaat zitten in de stoel. (opgenomen in half totaal)

In de montage kan je in de beweging snijden. Het snijmoment in shot 1 kan je b.v. op 1/3 van de beweging maken en in shot 2 pakt je op 2/3 van de beweging het moment weer op, dit is een eenvoudig voorbeeld om de beeldwisseling minder op te laten vallen.

Belangrijk bij beeldwisselingen is het matchen van de beide shots. Dat geeft ook een mooie  beeldwisseling.

Ik had begrepen dat er met meerdere camera’s is gefilmd. Dat geeft al snel problemen bij de montage als er van te voren geen goede afspraken zijn gemaakt over de beelduitsnede van elke camera. Een goed draaiplan of een opname schema. Welke camera wat en hoe gaat opnemen, dat heel belangrijk. In De Poster zag ik diverse shots die niet goed met elkaar matchen.

Een paar tips bij het monteren:  Snijden in de beweging - Elke beeldwisseling moet een reden hebben - De shots zoveel mogelijk laten matchen.

Zolang de kijker niet bewust is van de camera, zal hij de illusie  hebben dat het blikveld van de camera zijn eigen blikveld is. 

Waar op gelet dient te worden is de denkbeeldige lijn of actielijn, als daar geen rekening mee gehouden wordt bij de opnamen van een scene,  zit je in de montage al heel snel met een probleem.

Een klein voorbeeld van een opname plan van een scene is bijgevoegd.

Montage